ColumnsOud-Utrechter

Eigenheimers

By 22/11/2017 No Comments

Eigenheimers & Bevelanders

Je hebt Eigenheimers en eigenheimers. De ene eigenheimer is een mens van het eigenzinnige soort , de andere is een aardappel. De Utrechters waar ik vriendschappelijke betrekkingen mee onderhoud zijn qua karakter overwegend echte eigenheimers en de lievelingsaardappel van de Utrechter is de Eigenheimer. Dat laatste zeg ik op gezag van aardappelhandelaar Jan Wieman, die op de Utrechtse markten zijn aardappelen aan de man brengt en al van huis uit een aardappelkenner is. Qua karakter ook een beminnelijke eigenheimer trouwens. Toen ik kind was stond Jan zijn vader al op de zaterdagmarkt bij het oude politiebureau dat op de plek stond waar tegenwoordig het nieuwe hoofdbureau van politie te vinden is. Tegen de buitenmuur van het politiebureau aan de kant van de Singel stapelden de verschillende aardappelhandelaren hun waar. Mijn moeder kocht elke zaterdag 5 kilo aardappelen bij de oude Wieman. Die verkocht namelijk aardappelrassen die onze eigen groenteboer niet of maar heel zelden voerde, zoals de Bevelander. Die aardappel was tot eind zeventiger jaren een van de drie meest populaire van ons land.  En toen liep het goed mis. De Bevelander  is nogal grillig van vorm en heeft diepe ogen, zodat schillen lastiger is dan bij een aardappel die glad en regelmatig van vorm is. Het model van de Bevelander sloot begin 80er jaren  meer aan bij de wensen van de consument, die op schilgebied voor het gemak ging. De doodsklap voor de Bevelander kwam in 1993 toen als gevolg van een gruwelijk natte zomer de pootaardappelen vrijwel allemaal op het veld verzopen. Deze topaardappel werd als gevolg van die akelige zomer vrijwel  volledig uitgeroeid waardoor de liefhebbers gedwongen waren  naar aardappelvervanging  uit te kijken. Om twee redenen was dit een aardappelramp. In de eerste plaats om de smaak;  lekkerder dan Bevelanders kom je aardappelen nauwelijks tegen. En in de tweede plaats voor het  milieu. De Bevelander was en is namelijk vrijwel ongevoelig voor Phythophthora. Dat is een enorm besmettelijke ziekte waar aardappels niet beter van worden. Omdat aardappelen er zo gevoelig voor zijn, wordt er zwaar met gif gespoten om de oogst niet te laten mislukken. Meer dan de helft van aller giften die boeren jaarlijks gebruiken worden op aardappelplanten gespoten. Het begrip gifpieper komt dus niet uit de lucht vallen. Om de aardappelziekte  te voorkomen  bestaan er teeltregels waar boeren zich streng aan hebben te houden. Na ergens een jaartje aardappelen te hebben geteeld moet er op die plek bijvoorbeeld een paar jaar lang wat anders geteeld worden. Als er toch aardappelziekte op een veld uitbreekt moet het loof weggebrand of doodgespoten worden. Het gaat zelfs zo ver dat er een ‘’ aardappelziekte kliklijn ’’  bestaat. Ziet het boer aan het aardappelloof van een collega  dat de aardappelziekte de kop op steekt dan kan hij via die kliklijn de overheid  anoniem informeren. Bij elke melding stuurt de overheid een

ziektebestrijdersteam op pad dat dwingend mag beslissen of een veld moet worden platgebrand. Op de Universiteit van Wageningen is men al  jaren bezig aardappelrassen te kweken die ongevoelig zijn voor de aardappelziekte . Dat is  gelukt. Dat wil zeggen er bestaan nieuwe rassen die niet ziek kunnen worden, maar de consument loopt er niet warm voor omdat ze te diepe ogen hebben, te grillig van vorm zijn of gewoon niet zo lekker. Wat dat laatste betreft: de consument wil – na jaren van aardappelonverschilligheid -weer een echt lekkere aardappel. Meer dan tien jaar lang  stond er op een zak aardappelen in de supermarkt alleen maar  dat het grote of kleine of tafelaardappelen waren .Informatie die er niet zo toe doet, want net als bij appels gaat het bij de smaak van aardappelen om het ras. Het ene appel ras is immers beter geschikt voor appeltaart dan het andere, en zo werkt het bij aardappelen ook. Een iets kruimige aardappel is lekkerder om te bakken en om te poffen dan een stevige aardappel. Een kruimig ras is weer beter voor puree, een stevige aardappel is kookgeschikt , enzovoort.  Oh ja, er zijn natuurlijk weer uitzonderingen op deze aardappelregel. Dat supermarkten tegenwoordig op de verpakking zetten voor welke bereiding de aardappel het meest  geschikt is, noem ik vooruitgang. Als de supermarkten ook zouden stoppen om de aardappelen te wassen zou dat opnieuw een stap in de goede richting zijn. Wassen is op aardappelgebied een doodzonde. Je geeft de aardappelen dan als het ware water en wat gebeurt er als je de bloembollen water geeft? Juist, ze gaan groeien! Gewassen aardappelen krijgen dus al vrij snel uitlopers, waar ze niet lekkerder van worden. Jan Wieman verkoopt uitsluitend ongewassen aardappelen, maar dat is dan ook de laatste echte aardappelboer op de Utrecht markten. Een groenteboer met aardappelkennis verkoopt ze trouwens ook vies en ongewassen.

Tom

Tom